TALKING HEADS
TALKING HEADS
Portretten met een verhaal (1626–2026)
Tientallen eeuwenoude portretten van de familie d’Ursel staan zij aan zij met het werk van meer
dan vijftig hedendaagse kunstenaars uit binnen- en buitenland. Van statige hertogen tot dromerige kinderen, van bescheiden bedienden tot voorname verwanten, van melancholische figuren tot kleurrijke koppen: elk portret draagt de sporen van de tijd waarin het ontstond én van wie er werd afgebeeld. Oog in oog ontdek je het bijzondere verhaal achter elk gelaat.
De tentoonstelling start met het oudste (1626) en de twee nieuwste familieportret- ten (2026). In opdracht van het kasteel schilderde Mieke Teirlinck de 25-jarige Matisse, toekomstige 11de hertog. Zijn grootmoeder Ursula, 9de hertogin, koos voor een eigenzinnig abstract portret doorOctavio Wohlers. Verspreid over de drie verdiepingen van het kasteel ontdek je vervolgens portretten van hun voorouders uit de tussenliggende vier eeuwen.
Het meest opvallend zijn de staatsieportretten. Vaak levensgroot en ten voeten uit, kijken de hertogen en hertoginnen je aan vanuit hun zware vergulde lijsten. Het zijn symbolen van macht, rijkdom en afkomst, dikwijls gemaakt door de hof- schilders van koningen en landvoogden, zoals Justus van Egmont, Joseph Vivien en Jean-Pierre Sauvage. Even vaak zijn de portretten in de stijl van grote meesters die werden geïmiteerd, zoals door een navolger van Cornelis de Vos en een van Gaspar de Crayer.
In de loop van de 18de eeuw werden de portretten kleiner en minder formeel.
Olie op doek maakte kortstondig plaats voor pastelkrijt op papier. Tussen 1756 en 1775 poseerde de hertog voor Jan Frans Legillon, de hertogin voor Pierre Bernard, haar broer voor Joseph, comte de Saint- Michel, hun zoon voor Joseph Ducreux en de hele familie samen voor Benjamin Samuel Bolomey.
Na de Franse Revolutie volgden er enkele heel informele portretten, met eerder frivole afbeeldingen van de hertogin en haar zus en een romantisch groepsportret met kinderen door Charles Le Clercq.
Ten tijde van Napoleon portretteerde Charles Pierre Verhulst een ontspannen hertog met een pijp in de hand, waarna hij vermoedelijk ook zijn twee jonge kinderen met hun hond schilderde.
Intussen waren ook de eerste miniaturen verschenen: delicate portretjes geschilderd op ivoor, door Johann Anton de Peters, Alexandre Delatour en vele onbekende artiesten. Halverwege de 19de eeuw be- stelde de hertogin bij Bernard Seibert een miniatuurtje van elk van haar zes kinderen als peuter. Later schilderde hij ook de her- togin en nogmaals twee van haar dochters, kort voordat ze op 11- en 14-jarige leeftijd zouden overlijden. Later werd Alexandre Thomas de ‘hofschilder’ van de familie en portretteerde hij zowel de hertog als zijn oudste zoon. In het begin van de 20ste eeuw vereeuwigde Philip de László zelfs drie generaties d’Ursels (en bijna waren het er vier).
Verschillende penseelprinsessen namen zelf ook plaats aan de andere kant van de schildersezel. Antonine de Mun, 6de her- togin d’Ursel, was de meest getalenteerde en de meest productieve van deze adel- lijke amateurkunstenaressen. Decennialang schilderde ze landschappen, stillevens en religieuze taferelen, maar vooral veel portretten van iedereen die bij haar in de buurt kwam: familie, vrienden, bedien- den, haar dokter en zelfs haar voorouders. Uit de privécollecties van haar afstam- melingen brengen we meer dan twintig werken bij elkaar.
De moeder van Antonine, Claire Pauline de Ludre-Frolois, markiezin de Mun, portretteerde haar 18-jarige dochter in de baljurk van haar debuut. Later schilderde ze ook haar kleinzoon als jonge Hercules: levensgroot en gekleed in enkel een leeuwenvel. De dochter van Antonine,Henriëtte – Riri – d’Ursel, gravin de Boissieu, zette de familietraditie verder met verfijnde aquarellen en een prachtig portret van de hertogin, lezend op haar divan.
De jongste familieportretten dateren uit de eerste helft van de 20ste eeuw en sluiten opmerkelijk genoeg terug aan bij de oudste staatsieportretten. Dolf van Roy presenteerde de hertog als Senaats- voorzitter, terwijl Jos Damien en Anne Rutten zijn zoon tonen als voorzitter van de Royal Automobile Club de Belgique. Ze contrasteren met het fragiele gipsen beeldje dat Elisabeth de Wée maakte van de hertogin en haar dochter, die overleden na een auto-ongeval.
Het meest bijzondere verhaal is waar- schijnlijk dat van de verloren gewaande, maar onlangs teruggevonden portretten. Net nadat de familie het kasteel in 1972 had verkocht, werden er minstens zeven familieportretten uit hun lijsten gesneden en meegenomen. Ze bleven meer dan vijftig jaar spoorloos, tot er in 2022 plots een 17de-eeuws staatsieportret opdook
op een veiling. De koper was bereid om het te laten restaureren en in bruikleen te geven aan het kasteel. De berichtgeving hierover leidde tot de terugkeer van twee 18de-eeuwse staatsieportretten en een vroeg-19de-eeuws groepsportret. Omdat de familie na de diefstal de lege lijsten altijd had bewaard, kunnen we die nu herenigen met de portretten. In afwach- ting van hun restauratie tonen we de stukken zoals ze zijn, met al hun gaten, scheuren en littekens van een onwaar- schijnlijk verhaal.
Koen De Vlieger-De Wilde
Kasteel d’Ursel
Door de combinatie en confrontatie van de oude familieportretten met het werk van meer dan vijftig hedendaagse kunstenaars brengt de tentoonstelling TALKING HEADS een veelzijdige kijk op de portretkunst.
Eeuwenlang dient de portretkunst vooral om de werkelijkheid zo nauwkeurig mo- gelijk vast te leggen. Schilders besteden veel aandacht aan details zoals houding, handen, kleding, haardracht en soms ook de achtergrond. Zo tonen portretten niet alleen het uiterlijk, maar ook status en welvaart. Geportretteerden worden vaak formeel en beheerst afgebeeld. Het portret dient als een blijvend document om tradities en herinneringen door te geven aan volgende generaties.
Hedendaagse kunstenaars benaderen portretkunst veel vrijer en persoonlijker en dus minder realistisch. Ze verplaatsen de focus vaker naar emoties, persoonlijk- heid en identiteit of kaarten maatschappe- lijke thema’s aan. Hun portretten kunnen experimenteel, abstract, humoristisch
of zelfs provocerend zijn. Niet alleen schilderkunst maar ook digitale media en mixed media worden ingezet. De portretkunst verschuift van puur representatie naar vrije interpretatie: een portret vertelt niet alleen wie iemand is, maar ook hoe de kunstenaar zijn geportretteerde(n)
zelf begrijpt of de fantasie van de kijker prikkelt.
Maatschappelijke thema’s
Volker Hermes ging aan de slag met het historische portret van Eleonora de Lobkowicz. Hij stelt de blik op de vrouw in vraag, door de 18de-eeuwse clichés van het origineel nog meer te accentueren. Hij beeldt Eleonora af als een suikerzoet geseksualiseerd object. Always van Milan Kunc is een kritische reflectie op schoon- heidsidealen en de manier waarop vooral vrouwen worden beoordeeld op hun uiter- lijk. Met de Black Lives Matter-protesten en Rosa Parks in het achterhoofd creëert Preta Wolzak een nieuwe familie, een nieuw volk. Haar portretten in textiel verenigen verschillende sociaal-culturele identiteiten in één persoon.
Alioune Diagne behandelt actuele en maatschappelijke thema’s zoals migratie, racisme, identiteit, milieu en het dage- lijkse leven in Senegal. Zo wil hij de zwarte gemeenschap de erkenning geven die ze verdient. Hij beeldt geen mensen af die lijden, maar een gemeenschap in al haar schoonheid en kracht. Mickalene Thomas noemt haar werk zowel een feministische als een politieke daad. Haar portretten tonen vrouwen in uitdagende poses. Omar Ba drukt zijn politieke en maatschappelijke betrokkenheid niet uit via expliciete scènes van protest of con- flict, maar door symbolische portretten. In Compartiment aller simple 1 wordt de geportretteerde bedolven onder kleur- rijke planten, wat zou kunnen verwijzen naar een verstikkend politiek systeem.
Clowns is een eerbetoon van Raafat Ballan aan de Armeense fotograaf Van Leo (1921–2002). De originele foto dient enkel als vertrekpunt voor de compositie. Ballan schildert de figuren niet letterlijk na, maar geeft ze een ingetogen, ernstige en soms melancholische uitstraling. De lege ruimte rondom hen symboliseert het gevoel van ontworteling en ontheemding van mensen die hun thuis noodgedwongen moesten verlaten.
Abstractie en deconstructie
De familie van Marion Moskowitz bakte bij verjaardagen telkens een taart met tien walnoten. Toen ze dertig werd, verzamelde ze driehonderd notenschelpen en maakte er een sculptuur van. Aurélie Gravas deconstrueert haar portretten tot een lijnenspel in opvallende kleuren, waaraan ze vaak slechts één herkenbaar element toevoegt.
Van hout en textiel tot keramiek en AI
Hakkend en snijdend tovert Stephan Balkenhol figuren uit een boomstam, alsof ze er altijd al in verborgen zaten. In de reeks Imaginary Friends verenigt Jeanno Gaussi gevonden objecten met een verfijnde macramétechniek. Met knopen en draden geeft ze vorm aan onzichtbare speelkameraad- jes. Daan Couzijns artistieke praktijk richt zich op het begrip authenticiteit.
Gevonden voorwerpen, materialen en beelden verwerkt hij tot nieuwe creaties. Julie Cockburn borduurt nauwgezet kleurrijke geo- metrische patronen op anonieme studioportretten, die ze vindt in kringloopwinkels.
Een zelfportret is opgebouwd uit kleurrijke scherven van geglazuurd keramiek en een oude boekcover.
De sculptuur Simple Soul (basic version) van Dirk Zoete verwijst onder meer naar de eenvoud van het gebruikte materiaal: beton, ijzer en breiwol.
Fotograaf Rémi Noël combineert gevonden geschilderde portretten met foto’s die hij maakte in het westen van Amerika. Oor- spronkelijk hebben de beelden niets met elkaar te maken, maar door ze samen te brengen roept hij de kijker op om er zelf verhalen bij te verzinnen. Ulrike Martha Zimmermann maakt portretten in textiel. Uit de subtiele kleurnuances van de draden die ze nauwgezet schikt, tovert
ze monumentale portretten tevoorschijn. David Moy focust zich op het doorgron- den van de talloze mediabeelden die ons dagelijks overspoelen. Met behulp van digitale beeldbewerking en hedendaagse druktechnieken stapelt, vervormt en ma- nipuleert hij die beelden tot hun beteke- nis wordt uitgewist. De houten portretten van Stefaan De Croock zijn aangetast door de tijd. Hij ziet het als een metafoor voor hoe we als mens allemaal gekrast of getekend worden.
Niets is wat het lijkt
Oda Jaune’s Once in a Blue Moon is een surrealistisch tafereel van een vrouw omhuld door een sluier. Het vervormde gelaat van de vrouw is deels versmolten met dat van een man. Wijst het op een erotisch verlangen? Of is het een mo- mentopname tussen droom en ontwaken? Oda Jaune laat ons in het ongewisse. Enrique Marty toont een droomscène met twee jonge meisjes. Hij schildert met eitempera, traag en met oog voor detail. Die details dragen vaak een verborgen betekenis, zonder zich volledig prijs te geven. De ondefinieerbare vormen die Mona Ardeleanu creëert, zijn samengesteld uit gedrapeerde stoffen, florale patronen, gevlochten haar of andere objecten. Soms verwijzen ze naar een mens, vaker zijn ze ambigu.
Of Thomas Lerooy nu tekent, beeldhouwt of schildert, hij zoekt altijd naar de grenzen van zijn medium of zijn onderwerp. Hij vertrekt van herkenbare motieven die hij manipuleert en zo onder- mijnt. Wat op het eerste gezicht vertrouwd lijkt, krijgt daardoor iets vreemds of humoristisch. Eddy Stevens zet zijn oude zielen op een meesterlijke realistische wijze neer. De geportretteerden krijgen een ‘craquelé’ door toevoegingen als veren, vogels, een hond, emmers of zelfs een wapenuitrusting. De sculpturen van Levi van Veluw, gesneden uit tulpenhout, zijn grillig van vorm. Ze symboliseren hersengolven die weergeven wat leeft in het hoofd van de kunstenaar, meestal herinneringen uit zijn jeugd. Floris Van Look heeft een duidelijke voorliefde voor antropomorfe figuren. Alledaagse objecten, dieren of sprookjesfiguren krijgen een hoofdrol en menselijke eigenschappen en emoties. Wat we zien en hoe we iets interpreteren, is gekleurd door verschillende factoren en dus nooit neutraal. Precies die manier van kijken, stelt Yves Velter in vraag. De figuren die hij portretteert krijgen geen gelaat, maar een symbolische functie.
De schilderijen van Victoria Palacios ontvouwen zich als een schouwspel. Ze worden bevolkt door harlekijnen, clowns en marionetten. Haar personages spelen in dromerige en ongrijpbare, maar vaak ook donkere en overladen scènes. Ook Kati Hecks’ portretten zijn raadselachtig. Tederheid en groteske humor vloeien in elkaar over. Lichamen zijn licht vervormd en vaak in uitbundige kleuren geschilderd. Ze zijn herkenbaar maar nooit volledig verklaarbaar en daarin schuilt hun kracht.
Humor en vrolijke uitbundigheid
Met ZOT maakt Maarten Inghels een ‘eenwoordgedicht’ in neon. De uitbundige kleuren herinneren hem aan de kleurpotloden uit zijn jeugd. Shirley Villavicencio Pizango schildert portretten van mensen uit haar nabije omgeving. De gezichtscontouren tekent ze met dikke zwarte lijnen en de anatomische verhoudingen kloppen vaak niet, wat haar portretten een expressionistisch karakter geeft. Iris Devriendt overschildert een werk met een dikke kwast om muren te schilderen. Het kapsel van de geportretteerde kunstverzamelaar, is een stuk vacht van een IJslands schaap.
In gesprek met de (kunst)geschiedenis
Het vrouwenportret Shuttered van Allison Zuckerman bestaat uit losse, soms overlappende beeldfragmenten in verschillende technieken, stijlen en materialen. Ze verwijst naar een odalisk van Matisse en naar Fanny Eaton, een van de favoriete modellen van de prerafaëlieten.
Ook elementen als het geopend raam, de open gordijnen en textielpatronen uit de interieurs van Matisse zijn herkenbaar, en het oog van het portret doet denken aan Picasso. Volgens Zuckerman citeert ze de kunstgeschiedenis niet, maar gaat ze er op haar eigen manier mee in gesprek.
The Ear, 2011 van Michaël Borremans verwijst niet naar een specifieke persoon of gebeurtenis, maar zoals in veel schilderijen van Borremans is de kunst- geschiedenis zelf subtiel aanwezig. De bekende episode waarin Vincent van Gogh zijn oor afsneed, zou hier kunnen doorklinken. Hans-Peter Feldmann was een gedreven en gepassioneerd verzamelaar van beelden en verhalen en een ingenieuze denker. Hij had een eigenzinnige relatie met de kunstwereld. Zo gaf hij schilderijen die hij op rommelmarkten of in kringloopwinkels vond een tweede leven. Op het werk Old portraits with red noses schilderde hij rode clownsneuzen op de geportretteerden van een klassiek tweeluik. Zo kregen ze een nieuwe ont- staansgeschiedenis en een hedendaagse look. Matthieu Ronsse liet zich na een bezoek aan het kasteel inspireren door enkele oude portretten die hij daar zag. In een atelier laat hij zijn nieuwe werken in gesprek gaan met deze oude bekenden.
Ingetogen melancholie
De warme, contrasterende kleuren en de losse penseelstreken geven A Peaceful Mind van Ryan Mosely een innerlijke spanning, ondanks de titel die juist rust suggereert. Het werk lijkt daarmee te spelen met de tegenstelling tussen uiterlijke kalmte en innerlijke onrust. Steven Peters Caraballo verbeeldt de menselijke kwetsbaarheid bij het begin en aan het eind van het leven: met 156 seconds, een portret van zijn zoon enkele seconden na zijn geboorte, en Ophelia, drijvend op het water. De vrouw in Ombres Portées, 17 van François Roca wendt zich af van de schilder. Daardoor worden we als kijker ook in haar gevoelswereld gezogen. Waar zou deze vrouw over mijmeren zo starend in de verte?
Robin Wen ontmoet zijn modellen op technofeesten en dwingt hen tot stilstand. Hun uitbundigheid lijkt te vertragen, mede door de subtiele stijl van de te- kenaar. Met verfijnde hyperrealistische tekeningen in blauwe balpen toont Wen hun fragiliteit en brengt hij een poëtische ode aan het feesten: the Blue Rave!
De onbetrouwbaarheid van het geheugen is een favoriet thema van Gideon Kiefer. Hij is gefascineerd door hoe herinneringen vervormd, verfraaid of zelfs volledig verzonnen worden. In twee portretten vol poëtische verwijzingen, brengt hij een eerbetoon aan zijn overleden vader en een jeugdvriend. Ook Vilson Biçaku heeft interesse in wat zich onder de huid van zijn sculpturen bevindt. Hij onderzoekt thema’s als identiteit, ballingschap, herinnering en breekbaarheid. Zijn sculpturen vertellen een persoonlijk, maar stil en innerlijk verhaal.
Het beeld Introspection van Eveline Kieskamp toont een naar binnengekeerd iemand, alsof gedachten zich opstapelen in het hoofd en geen uitweg meer vinden in taal. De hand tegen het hoofd en de ge- sloten ogen zijn een gebaar van afsluitingen en concentratie, een poging om de inner- lijke onrust te beheersen. De keramieken koppen van Maen Florin zijn archetypes van een wereld die zij ziet als een immens podium waarop de menselijke komedie zich afspeelt. Lysandre Begijn keert met haar onderwerpen terug naar de essentie: haar personages zijn fragiele soms ondefinieerbare wezens, die ze met ragfijne trekken neerzet. Hoewel vergankelijkheid vaak aanwezig is, geeft ze haar personages steeds een geruisloze zachtheid.
Een kamer voor jezelf
Op enkele historische portretten zien we familieleden die zich in hun kamer terug- trekken om in alle rust te lezen. De heden- daagse varianten van Hans van der Ham (20th Century Alchemist) en Ben Sledsens (The Drawing Room), Jesse Tomballe (Daddy’s girl) en Mattias De Leeuw (Bloemen in de winter) gaan in dialoog met hun historische tegenhangers. Allen verbeelden ze het thema van ‘A room of one’s Own’ of ‘the man cave’, als plek van rust, introspectie en esthetisch plezier, waarin huiselijke gezelligheid een plek krijgt.
Eenvoud siert
Met zijn minimalistische, grafische stijl herleidt Julian Opie menselijke figuren tot eenvoudige lijnen, vlakken en felle kleuren. Ondanks dat beperkt vocabularium slaagt hij erin om herkenbare trekken
op te roepen. Tinus Vermeersch plaatst de mens vaak naar de achtergrond. Hij zoomt in op fragmenten zoals een weelderige haardos, die een gezicht verbergt of een geïsoleerde baard – of is het een pruik – in gips? Precies die eenvoud geeft zijn werk een poëtisch karakter.
Noteer je blind date met al deze gezichten, oud en nieuw, nu al in je agenda en kom vanaf 31 mei persoonlijk met hen kennis- maken in het kasteel.
Veerle Moens
Kasteel d’Ursel